De dringende noodzaak om te komen tot een drastische vermindering van het antibioticagebruik in de (melk)veehouderij
De richtlijnen betreffende het antibioticagebruik in de veehouderij worden langzamerhand strikter. Het doel, gesteld in 2007, voor Nederland was om een vermindering van 50% te krijgen in 2013. Dit doel is bereikt. Het antibioticagebruik voor vee bedroeg (in 2007) 550 ton per jaar; in 2012 was dit 250 ton per jaar. Ongeveer één derde deel wordt toegediend in de melkveehouderij. Hiervan belandt 65% in de uier voor de behandeling van (sub)klinische mastitis (25%) of preventief in de vorm van droogzetter (40%). De overheid heeft nu een verdere vermindering met 70% (2015 t.o.v. 2009) voorgesteld. Verder zijn regels voor antibioticagebruik door veehouders verscherpt conform de zgn. UDD-regeling. Deze vermindering betekent in feite de oogst van “het laaghangende fruit”. Dit wil zeggen dat de toepassing van antibiotica, daar waar het in het verleden niet strikt noodzakelijk was, nu achterwege wordt gelaten. Een voorbeeld hiervan was het antibioticagebruik t.b.v. het droogzetten van vrijwel alle melkkoeien, ook die met een laag mastitisrisico. Dit is de facto preventief antibioticagebruik en dat mag nu niet meer. Het zal een stuk lastiger worden om een verdere vermindering te bewerkstelligen; veehouders zullen niet gemakkelijk een droog-te-zetten hoog-celgetal koe onbehandeld laten. Alternatieven die Mastivax in ontwikkeling heeft, zullen een belangrijke bijdrage kunnen leveren om die verdere vermindering van antibioticagebruik tegen mastitis te realiseren.

Neutrofielen isolatie histopaque
 
Antibioticaresistentie in het milieu
Antibioticaresistentie kan zich bewegen van de humane naar de dierlijke sector en omgekeerd. Dit gebeurt via overdracht van DNA van de ene bacteriesoort naar de andere (horizontal gene transfer). Dit is vooral van belang als het gaat om bacteriën die zowel mensen als dieren kunnen infecteren zoals Salmonella en Listeria. Dit alles heeft geleid tot de huidige regel dat ziekenhuizen binnenkomende patiënten, die op een varkens- of pluimveehouderij werken of werkzaam zijn in de varkens- en pluimvee-industrie, eerst in quarantaine plaatsen voordat ze toegelaten kunnen worden tot intensive-care-units. Vooralsnog geldt deze regel nog niet voor de melkveehouderij. Naast het beleid om te komen tot verdere reductie van het antibioticagebruik is het ook van het grootste belang voor (melk)veehouders en hun gezin en medewerkers, dat er een beter werkend alternatief op de markt komt dat geen risico’s voor resistentieontwikkeling met zich meebrengt. Dit is de missie van Mastivax. De antibiotica verlaten het lichaam via de urine en de mest. Antibiotica die toegediend zijn bij het droogzetten verlaat het lichaam van de koe op de eerste dagen van de nieuwe lactatie via de biest. Het is noodzakelijk dat pasgeboren kalveren meteen biest krijgen. Dus met het geven van de biest krijgt het jonge kalf antibiotica binnen. Dit is op zichzelf een bedenkelijke praktijk omdat lage antibioticaconcentraties, die niet bacteriedodend zijn, ideaal zijn voor de ontwikkeling van resistentie in de bacteriën van de darmen van het kalf. Een op antistoffen gebaseerd alternatief zoals Mastivax dat in ontwikkeling heeft, lost ook dit probleem op.